Roos van Leary


De Roos van Leary   (versie 0.8.6)

De Roos van Leary1 wordt ook wel een classificatiemodel van communicatiestijlen genoemd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee dimensies van gedragspatronen, die over twee assen worden uitgezet.

Afbeelding 1

Afbeelding 1

Op de verticale as staat 'boven' tegenover 'onder' (zie afbeelding 1). Op de horizontale as worden 'samenwerkend' en 'tegenwerkend' gedrag uitgezet. De kwadranten die door de assen gevormd worden, kunnen weer in twee stukken verdeeld worden (octanten).

In het octant 'Boven-Samen' (BS) is het zogenaamde boven-gedrag de belangrijkste component. In het octant 'Samen-Boven' is het samen-gedrag sterker vertegenwoordigd.

De verdeling op de verticale as wordt ook wel als respectievelijk dominant en volgzaam gezien (afbeelding 2). De horizontale as wordt verdeeld in vriendelijk (Samen) en onvriendelijk (Tegen). Weer een andere variant beschrijft de Roos in de kwadranten aanvallen, leiden, volgen en verdedigen (zie afbeelding 3).

Afbeelding 2
Afbeelding 3

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Naarmate gedrag van mensen extremer wordt (teveel van het goede) verwijderen ze zich van het centrum van de Roos. Het Tegen-, Samen-, Boven- of Onder-gedrag wordt als het ware te groter dan wenselijk.

Vergelijking van de Roos en het statusmodel

Een vergelijking van het statusmodel met de Roos lijkt voor de hand te liggen. Op het eerste gezicht komt de hoge status overeen met dominantie en is lage status hetzelfde als volgzaamheid. Dit is echter niet het geval.2

In de Roos wordt per octant een patroon van gedragingen beschreven. Een patroon is altijd samengesteld uit de vier statusbewegingen. We kunnen onmogelijk de verschillende patronen terugbrengen tot een enkelvoudige statusbeweging.

De verschillende stijlen uit de Roos geven wel een indicatie van de dominante statusbewegingen en de dominante verhouding in een relatie. Door het verschil tussen patronen en dominante statusbeweging enerzijds en de relatie anderzijds mogen de kwadranten van de Roos beslist niet verward worden met de kwadranten van de statusbewegingen (zie afbeelding 4).

Voorbeeld

We kunnen dit met een voorbeeld verduidelijken.3 Persoon A stelt zich leidend in een groep op en bevindt zich in octant Boven-Samen. Persoon B is het er niet mee eens en komt in opstand. Hij stelt het handelen van de leider ter discussie, stelt kritische vragen. Hij zit in octant Tegen-Onder.

Gedrag

Wanneer we naar het concrete gedrag kijken, dan zien we dat A voornamelijk zichzelf verhoogt ('ik weet wat er moet gebeuren, hoe het moet') en de ander verlaagt ('jij moet naar mij luisteren, doen wat ik zeg'). B gebruikt dezelfde statusbewegingen. Met de kritisch vraag 'wie geeft jou het recht hier de leider te zijn?' verlaagt hij A. De leiding van de ander niet accepteren ('ik doe hier niet aan mee, ik weet het beter') is in eerste instantie een zelfverhoging, met de verlaging van A als bijwerking.4

Plaatsen we A en B in de Roos (afbeelding 5), dan zien we ze bijna lijnrecht tegenover elkaar staan. In afbeelding 6 van de statusbewegingen zien we ze beide in dezelfde kwadranten staan: zichzelf verhogen en de ander verlagen. Het voorbeeld laat daarmee een groot verschil zien tussen de Roos en het statusmodel. Beide modellen beschrijven dus niet hetzelfde.

Afbeelding 4
Afbeelding 5

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Posities vs. dynamiek

Behalve naar het gebruik van de vier statusbewegingen kunnen we ook in relationele zin naar A en B kijken. In deze relatie zou A gemiddeld genomen de hogere status kunnen zijn en B de lagere. Daarin lijkt de verdeling van de Roos overeen te komen met het statusmodel. De essentie van de interactie zit echter niet in zulke statische verhoudingen. De kern is juist de dynamiek van de statusbewegingen. Daarbij komt dat we de verhoudingen tussen A en B alleen kunnen beschrijven door een hele reeks momenten als geheel samen te voegen. Daarmee komen we weer op het niveau van patronen, een ander analyseniveau.5

Het statusmodel en de Roos verschillen

Bovenstaand voorbeeld laat zien dat een patroon, een octant of kwadrant van de Roos van Leary, niet overeenkomt met een patroon of kwadrant van het statusmodel. Sterker, terwijl het patroon van B in het Onder-deel van de Roos ligt, is er geen sprake van dominante lage status.

Zowel A als B bedienen zich van de twee bewegingen die tot de eigen verhoging en andermans verlaging leiden. We kunnen van A en B niet zeggen of ze op enig moment een hoge of een lage status zijn. We kunnen slechts van hun gedragspatronen beschrijven welke de dominante statusbewegingen zijn.

Meerwaarde van de modellen

Dat brengt ons bij de meerwaarde van de Roos van Leary en de meerwaarde van het statusmodel. De Roos omvat een aantal beschrijvingingen van gedragspatronen. De herkenbaarheid van de patronen maakt communicatie erover gemakkelijker: we hoeven elkaar minder uit te leggen. De keerzijde hiervan is dat concrete gedrag, van moment tot moment, dat ervoor zorgt dat iemand leidend, opstandig of wantrouwig overkomt, onzichtbaar wordt.

Ook het statusmodel geeft ons de mogelijkheid om patronen te beschrijven. De praktijk leert dat vrijwel iedereen direct weet wat we bedoelen met de vier statusbewegingen. Daarnaast kunnen we met status de details van patronen, het concrete gedrag, analyseren en beschrijven. Ook dat doen we aan de hand van de vier statusbewegingen. De beschrijving aan de hand van status maakt ook expliciet waar (op gedragsniveau) de oplossing van een probleem ligt.

Status is de taal waarmee we de geïsoleerde momenten kunnen beschrijven, alsook de patronen die ze tezamen vormen. We kunnen deze taal op elk willekeurig abstractie- of analyseniveau gebruiken. Hierdoor blijven verbanden tussen de verschillende niveaus behouden, dit in tegenstelling tot de Roos.

1We kennen het model als de Roos van Leary. Het is echter niet de verdienste van Leary alleen, maar van een groep onderzoekers.
Ook dat is wetenschap: het gaat er niet alleen om uit te vinden hoe dingen werken, maar ook om eer en aanzien.

2De relatie tussen interactiestatus enerzijds en dominantie, macht en gezag anderzijds hebben we in ons boek verder uitgewerkt in hoofdstuk 2.

3Om de verschillen met het statusmodel helder te maken, zullen we het de gedragingen wat vergroten.

4Zou B wantrouwig reageren (Onder-Tegen), dan zou hij sterker gericht zijn op de zelfverlaging en een beetje op verlaging van A.

5Zie hoofdstuk 6 van Het fenomeen status.

Let's Get In Touch!


© Stultiens & Stultiens