Jeugdcriminaliteit


Jeugdcriminaliteit: wat is het probleem precies?   (versie 0.5.2)

Agressie aan de balie, lastige patiënten of klanten, een beetje hangjongeren, wat graffiti, misschien een diefstalletje. Afhankelijk van ons standpunt vervelend tot zeer ernstig. Als we niet te lang nadenken, dan geven we onze medewerkers een training, stellen een protocol op, doen aangifte en vinden dat het klaar moet zijn.

Kijken we iets meer op langere termijn, dan zoeken we misschien ook eens in het vakje 'klantvriendelijkheid'. Zijn we dat wel zo erg? Is onze organisatie daar wel op gebouwd? Sturen we mensen niet teveel van het kastje naar de muur?1 Gedragen we onszelf wel altijd zo prettig als we zelf klant zijn? Ruimen we onze eigen rotzooi wel op? Kijken we verder dan onze neus lang is, dan zijn we meer bereid de hand in eigen boezem te steken.

Toch is het belangrijk om naar de oorzaak en het achterliggende mechanisme te kijken van deze 'ongemakken' van het leven. Maar wat zien we als we naar de meer fundamentele problemen kijken, de onderliggende problematiek? Waarom zakken groepen jongeren weg in jeugdcriminaliteit? Waarom gaat het mis met dropouts? Dreigt er gevaar door sociale achterstanden? Kunnen rellen, zoals in Frankrijk, overslaan naar ons land?

Het probleem

Of de Franse situatie naar Nederland kan overslaan is een vraag die de laatste tijd vaak gesteld. Interessanter en beter is het om te kijken naar wat er precies aan de hand is en of we er iets aan kunnen doen. We gaan daarom niet in op de rellen of andere aspecten van het 'Franse' probleem. We kijken naar de maatschappelijke achtergronden. Wat is de onderliggende dynamiek?

Het sociale leefmilieu

Wat zoeken mensen? Wat hebben wij allemaal nodig? In elk geval hebben we allemaal regelmatig behoefte aan statusverhoging. Dat wil zeggen: een compliment, een beloning of iets van die orde. Verhoogd worden werkt nu eenmaal beter dan zelfverhoging.

Bij gebrek aan verhoogd worden, gebruiken we de zelfverhoging en dat kan dan ongezonde vormen aannemen. We hebben dus behoefte aan een milieu, een sociale omgeving waarin we voldoende verhoogd worden.

Maar verhoogd worden is niet alles, het is niet compleet. Om te beginnen is verhoogd worden niet altijd passend binnen de context. Maar meer nog: verhogingen werken het beste als ze ingebed zijn in een gezonde statusdynamiek, waarin alle vier de statusbewegingen correct worden ingezet.

Dat betekent dat alle betrokkenen, de leden van de groep, alle vier de bewegingen zelf inzetten én ervaren van de anderen. Alleen dan noemen we de leden sociaal en vormen ze een gemeenschap.

Alledaagse bronnen van verhoging en dynamiek

In ons leven halen we onze statusverhogingen uit de relaties die we hebben. Die relaties vinden we in ons werk en in ons privéleven. De baas geeft een compliment - we worden verhoogd. Met collega's is er een prettige samenwerking, indien alle vier de statusbewegingen correct worden ingezet. Thuis kunnen we liefhebben en ruziemaken, uitdagen en uithuilen. Kortom, daar is een context-correcte statusdynamiek.

Natuurlijk zijn de interacties in niemands leven zo ideaal. Dat neemt niet weg dat er voldoende dynamiek is en genoeg mogelijkheden zijn om verhoogd te worden. En als het eens niet zo lekker loopt, hebben we de mogelijkheid dat expliciet en bespreekbaar te maken. Desnoods zoeken we een nieuwe werkkring of nieuwe privé-relaties.

Leven zonder verhoging

Niet voor iedereen is het leven zo positief dynamisch. Er kan een gebrek aan dynamiek zijn of aan verhogingen. Als statusverhogingen uitblijven, gaan mensen dit gebrek steeds meer ervaren als verlaging. Vervolgens gaan ze op zoek naar compensaties voor deze verlagingen. Deze compensatie zoeken ze vaak in het verlagen van anderen.

Het probleem hiervan is tweeledig. Om te beginnen levert dit gedrag van anderverlaging onvoldoende compensatie op voor de zelf ervaren verlagingen. Daardoor is het nooit genoeg, blijft het doorgaan en kan het zelfs erger worden. Ten tweede levert compensatiegedrag 'slachtoffers'. In elk geval een aantal van hen zullen ook tot compensatie overgaan.

Door dit patroon kan het sociale milieu van hierboven veranderen in een minder sociaal gebeuren. In dit patroon van interacties zal de bereidheid om elkaar – de ander – te verhogen steeds meer afnemen. Er ontstaat een milieu waarin betrokkenen steeds meer aangewezen zijn op geforceerde zelfverhoging, veelal door middel van anderverlaging.

De balans in het gebruik van alle vier de statusbewegingen verdwijnt en het wordt dus minder sociaal. In dit asociale milieu zijn de relaties gericht op zelfverhoging. Hier verhogen betrokkenen elkaar slechts strategisch, als ze iets van de ander gedaan willen krijgen.

Alledaagse (gebrekkige) bronnen van verhoging en dynamiek

Niet iedereen beschikt over een werkkring of een privé-situatie waarin voldoende statusdynamiek mogelijk is of verhogingen kunnen worden ervaren. Voor sommige bevolkingsgroepen is het moeilijker aan een passende baan te komen, zo blijkt telkens weer uit onderzoek. Daarbij kunnen we denken aan allochtonen of aan wao-ers.

Solliciteren verloopt goed, tot het moment waarop de potentiële werkgever de gezondheidsgeschiedenis ontdekt of de etnische afkomst.

Voor sommigen worden deze barrières al tijdens de studie opgeworpen. Het blijkt zelfs lastig te zijn om een stageplek te vinden. Dit maakt niet alleen het afronden van een opleiding moeilijk. Het is ook een zware statusverlaging die, tenzij 'gezond' verwerkt, zeker een keer gecompenseerd zal worden.

Generalisaties en statusverlaging

Er is nog een andere bron van verlaging, te weten de generalisatie. Bij een generalisatie worden (vermeende) kenmerken van een enkeling op een groep toegepast, zoals:

  • Uitkeringstrekkers zijn profiteurs.
  • Surinamers zijn lui.
  • Hollanders zijn gierig/zuinig.
  • Buitenlanders pikken onze banen in.
  • Moslims zijn gevaarlijk.2

Dat iemand zulke opmerkingen dan wel beschuldigingen bezigt, komt niet uit de lucht vallen. Hij voelt zich blijkbaar in status verlaagd en moet dat compenseren. Hij doet dat door anderen te verlagen. Het is voor hem ook een relatief veilige manier. Het is moeilijk om grip te krijgen op generalisaties, omdat het moeilijk is het tegendeel te bewijzen. Hij kan dus niet zo gemakkelijk terugverlaagd worden. Daarbij is het lekker anoniem, onpersoonlijk. Hij bedoelt ze allemaal, behalve die leuke buurman. Maar die bevestigt als uitzondering nu eenmaal de regel.

Generalisaties hebben een dubbel verlagende werking. Om te beginnen wordt het individu verlaagd. Vervolgens wordt ook nog eens de groep verlaagd waartoe het individu behoort. Het individu kan zich van de groep distantiëren: 'ik ben zo niet'. Daarmee verlaagt ook hij de groep. Hij kan ook de groep verhogen: 'zo zijn wij niet'. In het laatste geval profileert hij zich ook als groepslid.3

Daarbij speelt de combinatie van twee afstanden een rol. Allereerst is er de afstand tussen de verlager en de verlaagde. Naarmate betrokkenen een groter verschil ervaren, zal degene die verlaagd wordt eerder geneigd zijn het voor 'zijn' groep op te nemen. Dan is er nog de afstand tussen de verlaagde en 'zijn' groep. Hoe kleiner die afstand, des meer kans dat de verlaagde voor zijn groep opkomt.

Generalisaties kunnen sterke groepsbinders worden.

Het gevolg van generalisaties is dat alle betrokkenen, het individu en de groep, een ervaren verlaging moeten compenseren. Een sterke groepsbinding (identificatie met de groep) versterkt het compensatiemechanisme aanzienlijk. Lid zijn van een groep legt een specifiek statusgedrag op dat nodig is om lid van die groep te blijven.4 Wanneer er veel verlaging te compenseren is, zal het patroon van zelfverhoging en anderverlaging hierin dominant worden.

Behalve de vicieuze cirkel van het compensatiemechanisme krijgen we ook een selffullfilling prophecy. De groep gaat anderen verlagen (compensatie), die op hun beurt deze verlaging moeten compenseren: 'zie je wel, allemaal profiteurs.' De generalisatie roept gedrag op dat de generalisatie bevestigt.

Het gevaar schuilt vooral in de gevoeligheid van jongeren voor verlagingen. Jongeren hebben een korte termijn beleving en zoeken instant verhogingen.5 De lange termijn beleving leren we in de opvoeding, het is een onderdeel van de socialisatie. De aard van socialisatie en opvoeding is dat we zoveel mogelijk statuspatronen leren gebruiken in zoveel mogelijk (relevante) contexten. We leren hoe we ruimte moeten geven aan anderen en ruimte kunnen nemen. We leren bij welke omstandigheden iets hoort en hoe we in het contact met de ander expliciet en bespreekbaar kunnen houden of de communicatie prettig verloopt. Dat geeft flexibel en succesvol gedrag.

Ook een belangrijk onderdeel is dat de jongere oog krijgt voor het compensatiemechanisme, daar het belang van inziet en raad weet met dit mechanisme.

De terugweg naar dynamiek en statusverhoging

In het patroon van ontbrekende dynamiek en vooral het ervaren van statusverlagingen ontstaat een vicieuze cirkel. Die is moeilijk te doorbreken. Er is veel geduld voor nodig, daar vertrouwen geschaad is, respect ontbreekt en de bereidheid tot zelfverlaging bij alle partijen weinig tot niet aanwezig is.

U begrijpt het al. Er zal op vier fronten gewerkt moeten worden. De onevenwichtigheid is het resultaat van te eenzijdige, te extreme of te geringe aanwezigheid van de verschillende statusbewegingen. Vaak is de dynamiek ook nog losgekoppeld van de context. Alle vier de bewegingen moeten expliciet in overeenstemming gebracht worden met de beleving van de betrokkenen. De beleving van de betrokkenen zal in overeenstemming gebracht moeten worden met de contexten. 'Moeten', omdat het probleem oplossen geen ruimte geeft aan vrijblijvendheid. Een combinatie van maatregelen en acties is noodzakelijk.

Enerzijds moeten actuele problemen worden aangepakt. Daarbij is het belangrijk niet alleen naar repressieve middelen te grijpen. Repressie kan nodig zijn om de overlast op de kortste termijn te verminderen. Videocamera's op school plaatsen - omdat het schoolbestuur eigenlijk al gefaald heeft. Een functionele schandpaal om notoire tijdelijke relschoppers af te schrikken. Maar we moeten onszelf niet wijsmaken dat zulke middelen zullen afschrikken, preventief werken. De doodstraf heeft het moorden niet doen stoppen.

Anderzijds is het van belang, zeker met het oog op de lange termijn, ruim aandacht te geven aan preventie. En preventie is iets heel eenvoudigs. De antwoorden kennen wij als samenleving wel degelijk. Wat wij er in dit stuk over kunnen zeggen is dat er voldoende ruimte en aandacht moet zijn voor statusverhoging, dat we elke compensatie van verlaging serieus moeten nemen, dat we bereid moeten zijn tot zelfverlaging en - de belangrijkste - dat er ruimte moet zijn voor alle vier de statusbewegingen. Ongeacht sociale posities van betrokkenen, ongeacht de functies die men wel of niet bekleed.

Om bovenstaande toe te lichten, willen we hier een aanzet geven. We beschrijven kort enkele mogelijkheden – ideeën die elke zoveel jaar weer terugkomen – en leggen uit wat de zin ervan is. Om die zin ervan beter te begrijpen, verwijzen we naar enkele andere teksten op deze website:

Structuur, opleiding, werk

Geef de gehele jeugd een baan, een ankerplek in het sociale verkeer, een sociaal geaccepteerde positie waar zich alle vier de statusbewegingen dynamisch kunnen voordoen. Wat betekent dat? Waarom is dat? Vanuit de rand van de samenleving is er enkel de rand van de statusdynamiek, en aan die rand moet het individu steeds meer leunen op de geforceerde zelfverhoging.

Jongeren opnemen in de samenleving door ze een plek in die sociale hiërarchie te geven, betekent het geven van gezonde interacties. Natuurlijk is jeugdwerkloosheid ingewikkeld en complex - hoe moet je iemand zonder diploma's en zonder spellingskennis aannemen - maar toch. De kosten van ongezonde statusdynamiek zijn op langere termijn enorm als de mensen de mensen geen plek geven. Dat betekent dat de mensen zichzelf voldoende moeten kunnen verlagen om plaats te bieden aan de anderen.

Mentorschap

Laat alle leerlingen van vmbo, havo en vwo een mentor krijgen. Iemand die met twee benen actief in de maatschappij staat en regelmatig één-op-één tijd met de leerling doorbrengt. Die buitenstaander met levenservaring is in de gelegenheid de statusdynamiek van de jongere te benoemen. De eigen familie mag het niet, de school wil het niet, de omgeving kan het niet.

De aard van de (mentor)relatie speelt hier een belangrijke rol. Hoe goed we elkaar kennen bepaald voor een groot deel de dynamiek die mogelijk is.6 Als de afstand te groot is - we kennen elkaar niet of nauwelijks - houden we de dynamiek zo klein mogelijk. Verhogingen en verlagingen blijven klein. Wordt de afstand kleiner - we leren elkaar steeds beter kennen - dan neemt de dynamiek toe. Goede vrienden kunnen alles tegen elkaar zeggen. Wordt de afstand erg klein, zoals bij directe familiebanden, dan accepteren we weer minder dynamiek. Een verlaging wordt daar eerder als afkeuring des persoons ervaren.7

Een mentor kan een relatie opbouwen waarin de afstand niet te groot en niet te klein is. In die relatie krijgt de mentor de gelegenheid om de jongere gepast te verhogen en te verlagen, al naargelang de context. De jongere zal deze verhogingen en verlagingen beter accepteren dan van een docent die misschien te ver af staat, of van een ouder die te nabij is.

Neem het compensatiemechanisme serieus

Dat de een de ander verlaagt ter compensatie is een teken. Generalisaties zijn signalen dat er iets mis is. Problemen door jeugdbendes zijn een teken dat er teveel verlaagd is en onvoldoende gezonde uitlaatkleppen zijn. Er is onvrede, statusverlaging, die een uitweg zoekt.

Repressie werkt averechts. Een debat over waarden en normen mag minder normatief en meer concreet. Het gaat niet om 'iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen'. Dat lijkt op 'zeg of doe jij het maar, want ik weet niet hoe.' Het ontbreekt aan handen en voeten.

Concreet is het om mensen met elkaar in gesprek te brengen. We zijn het eerder geneigd voor een ander op te komen als we elkaar beter kennen, de afstand kleiner is. Daarom pikken alle buitenlanders onze banen in, behalve die leuke buurman. Hij is die uitzondering.

Gepaste statusverlaging: bestraffing binnen de context

De voedingsbodem van preventiejeugdcriminaliteit wegnemen zit dus in het zorgen voor voldoende verhogingen van iedereen, inclusief potentiële daders. Maar voorkomen kan niet altijd. Grenzen worden nu eenmaal soms overschreden.8 Handhaven van de gestelde grenzen vraagt om een andere statusdynamiek dan bij preventie nodig is. Welke dat is, hangt af van het antwoord op de vraag of ons doel wraak is voor het aangedane leed of het voorkomen van recidive.

Er is een belangrijk verschil tussen het ene en het andere doel. Het zal tot uitdrukking komen in de aard van de bestraffing. We zullen het terugzien in de statusdynamiek. Gaan we voor de wraak, dan zijn we de statusverlaging die ons door de dader is aangedaan aan het compenseren.9 De dominante statusbeweging zal die van de anderverlaging zijn: laat de dader een ernstige verlaging ervaren. Het risico is dat de dader deze verlaging zal willen compenseren. Er gaat geen preventieve werking uit van de straf. Sterker nog, de straf zal in de toekomst weer moeten worden toegepast.10

Willen we dat er een preventieve werking uitgaat van de bestraffing, dan moeten we ons niet beperken tot verlaging van de dader. We zullen de dader moeten leren c.q. aanzetten tot anderverhoging en zelfverlaging. We moeten hem leren dat dit in een lange termijn perspectief de gewenste verhogingen oplevert.

Zoals altijd is ook bij bestraffing de context weer erg belangrijk. We kunnen ons afvragen of de straffen die we geven wel altijd voldoende aansluiten bij het delict en bij de dader. Die aansluiting is cruciaal voor het effect. Als een kind stout is, spreek je het bestraffend toe, als het iets goed doet, beloon je het. Straf en beloning moeten direct volgen op het relevante gedrag van het kind. Wachten we iets te lang, dan zal de betekenis van straf of beloning niet duidelijk zijn voor het kind.

In het bestraffen met preventie als belangrijk doel passen o.a. taakstraffen. De veroordeelde moet iets terugdoen voor de gemeenschap, voor de slachtoffers, voor anderen. Zijn taakuitvoering is de verhoging van de ander door zelfverlaging. Nu zijn taakstraffen niet onomstreden. Soms werken ze en soms niet. Het zou interessant zijn te onderzoeken of bij het opleggen van taakstraffen altijd voldoende rekening wordt gehouden met de context. En natuurlijk of de tijd tussen delict en straf niet te groot is. Misschien moeten we ook onderzoeken of het expliciet en bespreekbaar maken van de essentie van het probleem bijdraagt aan de effectiviteit van de oplossing.

Zegt u maar

Ook andere oplossingen, aangedragen vanuit het volle politieke spectrum11, kunnen bijdragen aan het completeren van de statusdynamiek. Het doel op lange termijn is dat iedereen meer verhogingen ervaart. Mits ingebed in een ruime statusdynamiek leidt dit tot een grotere bereidheid tot zelfverlaging. Dat is van fundamenteel belang: de bereidheid tot zelfverlaging levert uiteindelijk meer verhoging op.

1  Voor de duidelijkheid: niet alleen overheidsinstellingen, ook commerciële instellingen zijn daar goed in. Ook daar zijn klanten afhankelijk, zelfs waar ze naar de concurrentie zouden kunnen overstappen. Het is gewoon een algemeen menselijk fenomeen.

2  Waarom hebben we het over moslimterrorisme? De Koran is geen gewelddadig boek dat adviseert om problemen op te lossen d.m.v. (zelfmoord)aanslagen. Bedenk dat de Koran zelfs vrouwen gelijk erfrecht geeft als mannen. Kom om zo'n gelijkwaardigheid maar eens in de Bijbel.
Er zijn nu eenmaal mensen die verlagingen op extreme wijze willen compenseren. Dat zij het wensen te koppelen aan een politieke stroming of een godsdienst wil niet zeggen dat die stroming of religie problematisch is. De compensatie is problematisch.

3  Er zijn natuurlijk meer varianten, maar we willen hier vooral het dilemma schetsen met de bijbehorende dynamiek.

4  Zie ook de tekst over identiteit.

5  Pas na een aantal jaren rijbewijs zijn de hersenen toe aan een 'volwassen' risicoinschatting; dan pas kunnen zij even gas terugnemen in de wetenschap dat ze dat even later een veiliger rit bezorgd.

6  Ook 'relatie' is context.

7  Hoe onbekender we voor elkaar zijn, des te minder is bijvoorbeeld de anderverlaging geoorloofd. Tenzij de sociale of functiegebonden verhoudingen dit mogelijk maken.

8  Geen enkele oorzaak in heden of verleden (ongelukkige jeugd, werkloos) kan grensoverschrijdend gedrag goedpraten, het kan het slechts begrijpelijk maken.

9  Het lucht op, zo'n compensatie. Voor even.

10  De volgende keer zal de straf zwaarder uitvallen. Als bestraffer voelen we ons door de recidive sterker verlaagd dan de vorige keer. We hebben meer te compenseren.

11  Zie voor een toelichting de tekst over politiek en statusdynamiek.

Let's Get In Touch!


© Stultiens & Stultiens