Pesten


Pesten: statusdynamiek, context en aanpak   (versie 0.5.4)

We hebben gezien dat er vier statusbewegingen zijn, zoals in de afbeelding hieronder getoond:

De vier statusbewegingen

Afbeelding 1    De vier statusbewegingen

Het komt dus op het volgende neer, zoals we in het voorbeeld van de drie leraren hebben gezien:

  • Leraar 1 is vooral bezig met het verhogen van zichzelf en het verlagen van de ander.
  • Leraar 2 geeft de leerlingen de ruimte om zich te zeer te verhogen, laat zich voortdurend verlagen en verlaagt daarbovenop zichzelf.
  • Leraar 3 gebruikt alle vier de statusbewegingen genuanceerd en in overeenstemming met waar de situatie om vraagt.

Deze vier statusbewegingen zijn de sleutel tot een prettig werkklimaat of leerklimaat, veiligheid, beheersbaarheid van pesten, enzovoorts. Ze zijn ook de sleutel voor een fundamentele aanpak van pesten, agressie en intimidatie.

Aanpakken, maar hoe?

Pesten en intimidatie zijn vormen van agressie. Er zijn verschillende mogelijkheden om deze vormen aan te pakken. De statusmethode behoort tot de meest fundamentele methoden.

Behalve agressie staat ook pesten (en veiligheidsbeleving) hoog op de agenda van veel bedrijven, overheidsorganisaties en scholen. Dat is terecht, want pesten kan grote gevolgen hebben voor slachtoffer, dader, organisatie en andere betrokkenen. Er zijn zelfs direct meetbare effecten.

Meetbaar effect van pesten

Het effect van pesten is meetbaar in de hersenen, zo blijkt.

Statusverlaging en hersenactiviteit

Vraag kinderen of volwassenen wat zij de ergste manier van gepest worden vinden. Het antwoord is: genegeerd worden.

Het onderzoek: beleving en hersenactiviteit

In de steek gelaten worden, genegeerd worden, doet meetbaar pijn. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Los Angeles en de Macquarie Universiteit te Sydney.

Proefpersonen speelden een balspel op de computer. Na enkele keren kregen ze de bal niet meer toegeworpen. Uit antwoorden op vragen en uit gedrag bleek dat proefpersonen zich buitengesloten voelden.

Met een MRI-scan werd de hersenactiviteit van deelnemers onderzocht. De voorste cingulate cortex bleek geactiveerd te worden. Dit is tevens de 'alarmbel' die bij fysieke pijn aangeeft dat er iets mis is.

Ondanks alle aandacht ontbreekt het nogal eens aan diepergaande analyses van problematieken, waardoor oplossingen teveel op korte termijn gebaseerd zijn.

Regulering, protocollen, huisreglementen

Om te beginnen zijn we geneigd te reguleren: we stellen protocollen op, huisreglementen. Zo moet iedereen handelen, hier moeten wij ons aan houden, et cetera. Zulke regels hebben twee functies. Allereerst scheppen ze helderheid in wat wel en wat niet mag. Ze geven houvast, duidelijkheid, ze maken verwachtingen expliciet.

De negatieve kant is dat mensen geneigd zijn zich achter regels te verschuilen. Directe communicatie wordt vervangen door 'de regels zijn nu eenmaal...', waardoor een statusverstarring optreedt. De bereidheid tot zelfverlaging neemt af; daar zijn immers de regels voor in de plaats gekomen. Aldus neemt het expliciet maken af.

De tweede functie van regels is het beperken van statusdynamiek in het algemeen en zelfverhoging en anderverlaging in het bijzonder. Deze twee statusbewegingen vormen bij agressie en pesten het probleem, daar ze buiten proportie worden gebruikt, ongepast binnen de context.

De negatieve kant van dit aspect is een te grote indamming van de statusdynamiek. Met regulering gebruikt de organisatie juist zelf de zelfverhoging ('wij bepalen hoe u zich te gedragen heeft') en anderverlaging ('doe wat ik zeg'). De regels kunnen als beknellend worden ervaren. In extreme gevallen werken ze repressief.

Deze bureaucratisering kan het probleem juist erger maken. In geval van te grote inperking werkt het statusverstarring in de hand. De regels stellen namelijk een andere hiërarchie aan als belangrijker dan de communicatieve.

Schijnbare en echte oplossingen, snel en lastig

Regulering kan heel goed zijn. Het biedt op korte termijn soelaas, omdat iedereen weet wat wel en niet kan. Iedereen kan daar op aangesproken worden.

Regulering is echter geen oplossing, daar het niets met de problemen zelf doet. Het 'reguleert' alleen maar. Op langere termijn komen de nadelen aan de oppervlakte. Kans op extra overlast is niet ondenkbaar, daar de eigenlijke problemen onder tafel zijn blijven liggen. De door regulering ingeperkte statusdynamiek kan compensatiemechanismen stimuleren.

De snelle weg is dus niet de meest heilzame. De lastige, tragere aanpak is echt heel lastig. Maar de problemen worden ook echt aangepakt. Het statusmodel leent zich niet alleen voor analyse van problemen, maar ook voor een concrete aanpak. Je kunt er zelfs mee leren hoe je de valkuilen van regulering vermijdt.

Let's Get In Touch!


© Stultiens & Stultiens