Identiteit


Identiteit en statusdynamiek

Iedere persoon heeft een identiteit. Ook van organisaties zeggen we dat ze een identiteit hebben. Maar wat bedoelen we dan precies? Het statusconcept werpt een eenvoudig licht op identiteit.

Een identiteit wordt gevormd door alle opvattingen die we hebben over de verhouding tussen onszelf en de buitenwereld. De identiteit geeft aan hoe we ons verhouden tot de groepen waarvan we lid zijn en tot groepen waar we niet bijhoren. Dit is het sociale aspect van onze identiteit. Identiteit kent ook een persoonlijk aspect. Dat omvat opvattingen over onszelf en over ons gedrag.

De verhouding tot de buitenwereld is nooit statisch, maar altijd dynamisch. Identiteit geeft dus ook geen verhouding weer met de buitenwereld, maar de basale statusdynamiek. De identiteit bepaalt wanneer en in welke mate we welke statusbewegingen gebruiken.

Identiteit omvat de belangrijkste ingrediënten van het statusconcept:

  • het volledige statusrepertoire dat iemand tot zijn/haar beschikking heeft,
  • zijn/haar statusverwachtingspatroon1 en
  • alle mogelijke contexten waarin hij/zij zich hiermee zou kunnen begeven.

Mensen lijken meerdere sociale identiteiten te hebben, omdat ze tot meerdere groepen behoren. Handelend vanuit de identiteit als lid van een groep, b.v. hun familie, gedragen (verhouden) mensen zich op een bepaalde manier. Als lid van een andere groep, b.v. hun beroepsgroep, gedragen ze zich weer anders.

Naarmate het lidmaatschap van een bepaalde groep belangrijker wordt, speelt de statusdynamiek (eigenlijk: het statuspatroon) dat bij dit lidmaatschap hoort een dominantere rol. We kunnen dan spreken van een dominante context, te weten de context van deze groep waartoe men behoort.

Slechts één identiteit

We schreven hierboven dat mensen meerdere identiteiten lijken te hebben. Vanuit het statusmodel gezien, beschikken mensen niet over meerdere identiteiten, maar hebben ze er slechts één. Er is immers één statusrepertoire en een uitgebreide reeks contexten waarin mensen een bepaald deel van hun repertoire inzetten.

Het dominante statuspatroon dat bij een (groeps-)identiteit hoort, betekent niet dat er sprake is van een dominante identiteit. Zoals hierboven aangegeven, is er sprake van een dominante context.

Anders gezegd: je bent altijd 'jezelf', nooit 'iemand anders'. De context activeert als het ware een bepaalt statuspatroon. Je laat een deel van je statusrepertoire zien.

Verstarring door identiteit

De mate van statusflexibiliteit - het contextgebonden kunnen inzetten van de vier statusbewegingen - ligt besloten in het statusrepertoire. Wanneer een identiteit een beperkt statusrepertoire omvat, treedt het risico van verstarring op. Ook op het moment dat de context van een bepaalde groep dominant wordt, kan verstarring optreden. Het bijbehorende statuspatroon treedt meer en meer op de voorgrond en wordt dominant.

Verstarring treedt bij een dominante groepscontext op wanneer het bij deze groep behorend statuspatroon beperkter is in flexibiliteit en verwachting.

Identiteit kunnen we uiteraard nog steeds invullen met bestaande theorieën en modellen. Het statusmodel brengt ons direct naar de kern: identiteit beschrijft kernachtig hoe men zich in welke situatie tot wie en wat verhoudt. Daaruit volgt het statusverwachtingspatroon per context. Mede afhankelijk van het ter beschikking staande statusrepertoire, volgt er ook de mate van succesvol zijn binnen de verschillende contexten uit.

1  Het statusverwachtingspatroon geeft aan welke verhogingen en verlagingen men van anderen mag en/of moet verwachten binnen een bepaalde context. Daarbij hoort ook een idee van wat men als gepast ziet.

Let's Get In Touch!


© Stultiens & Stultiens